Antonio Adolfo - Chora Baião
AAM Music
De lange muziekcarrière van jazzpianist en componist Antonio Adolfo begon in 1963 bij de Samba Cinco. Adolfo heeft inmiddels een aantal grote hits (Tema Triste, Teletema) op zijn naam staan en heeft samengewerkt met een indrukwekkende lijst artiesten, waaronder Elis Regina, Nara Leão, Maria Bethânia en Stevie Wonder. Daarnaast componeert hij voor theater en film en schrijft hij didactische muziekboeken. Als een echt vakman heeft Adolfo op zijn nieuwe cd Chora Baião de traditionele Braziliaanse genres choro en baião – die op zichzelf samensmeltingen zijn – tot op het bot geanalyseerd en opnieuw in de blender gedaan met Braziliaanse jazzfusion, en een mix van bossa, blues en smoothjazz. Adolfo laat naast zijn eigen composities werken van Guinga en Chico Buarque horen. De formatie bestaat uit excelente musici, met Adolfo op piano, Leo Amuedo op gitaar, Jorge Helder op contrabas, Rafael Barata op drums en Marco Suzano op percussie. In twee nummers (Você Você en A Ostra e o Vento) horen we de vocalen van Carol Saboya. Het resultaat is een gladgestreken sound die soms spannend is – vooral wanneer je duidelijk de tweekwartsritmes hoort van de baião en de choro –, maar vaak toch aan de saaie kant.
(November 2011)
Lucas Santtana - Sem Nostalgia
Mais Um Discos
Het Engelse label Mais Um Discos brengt muziek uit van Braziliaanse artiesten die ongegeneerd stijlen fuseren, genres negeren en de puristen irriteren.
Sem Nostalgia is Lucas Santtana’s vierde album, en werd al in 2009 uitgebracht in zijn thuisland. Al zijn albums representeren een eigen universum, en in
Sem Nostalgia duikt hij in de begintijd van de bossanova, toen João Gilberto met slechts gitaar en stem de wereld veroverde. Volgens Santtana is deze formule bevroren in de tijd en hij laat op dit album horen dat daar veel meer uit te halen valt. De instrumentale hit Super
Violão Mashup is het meest experimenteel met een lichte surfrockgitaar, electro-beats en een berimbão. De briljante videoclip die erbij hoort, laat een grappige battle zien tussen twee streetdancers. In zijn singer-songwritertracks worden Santtana’s stem en gitaar gekleurd door het geluid van een typemachine of het gekwetter een vogel met of zonder dub-bas. De cd is alles behalve eenduidig. Aan een aantal nummers hebben gastmusici meegewerkt, zoals Arto Lindsay (in o.m.
Hold Me In), João Brasil (O Violão de Mario Bros), Regis Damasceno
(Recado para Pio Lobato) en Ronie Jorge (Cá pra Nós), waardoor de liedjes een eigen combinatie van stijlen hebben gekregen. Het heeft de plaat een open karakter gegeven. Kosmopolitisch en toch Braziliaans, in de traditie van de Tropicalisten Tom Zé, Gilberto Gil en Caetano Veloso, die net als Santtana ook uit Bahia komen. Santtana is, wat mij betreft, geslaagd in zijn opzet.
(Oktober 2011)
Sami Yusuf - Wherever You Are
Coast to Coast
In Whatever You Are vertelt de jonge Brits-Iraanse zanger en componist Sami Yusuf over persoonlijke gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden tussen 2007 en 2010. Ieder woord en iedere toon komt uit het diepst van zijn ziel. Nog belangrijker is zijn liefde voor Allah die in ieder lied doorsijpelt. Met zijn muziek probeert hij jonge moslimgelovigen zelfvertrouwen te geven. Voor onze nuchtere (atheïstische) Hollandse oren, waar ik me onder schaar, is deze muziek misschien onverteerbaar. Maar om de cd weg te zetten als zijnde oninteressant, is té drastisch. De muziek is namelijk een hele slimme mainstreammix tussen Oost en West. Yusuf heeft een enorm publieksbereik. Van zijn debuutalbum
Al-Mu’allim zijn meer dan drie miljoen exemplaren verkocht en als superstar heeft hij fans in Europa, de VS, het Midden-Oosten, Zuidoost-Azië en Noord-Afrika. Deze zijn derde cd
Whatever You Are heeft best enkele aardige nummers, zoals de titeltrack en het nummer
You Came to Me. Dit laatste lied staat er zelfs vier keer op, in het Engels, Turks, Iraans en Arabisch. Met zijn fraaie stem vol pathos en arabeske versieringen weet hij de boodschap goed over te brengen.
(Juli 2011)
Teofilo Chantre - MeStissage
Lusafrica / Coast to Coast
MeStissage opgezet, kabbelen de rustige Kaapverdische morna’s en coladera’s zo aan je voorbij. Totdat Entre-temp begint en plotseling woorden als Macintosh, MySpace, usb, Yahoo, sms en Google je wakker schudden. Teofilo Chantre houdt ons een spiegel voor, of eigenlijk Marc Estève die de tekst heeft geschreven. We leven in een maatschappij waarin persoonlijke menselijke interactie wordt vervangen door digitale communicatie. Een ander opvallend nummer is Oli’me Ma Bô, waarin Chantre een duet zingt met de Franse acteur en singer-songwriter Bernard Lavilliers. Chantre woont sinds zijn 13de in Frankrijk en zijn heimwee naar Kaapverdië is de motor achter zijn muzikantenbestaan. Hij schrijft voor sterren als Cesária Évora en is al een tijd voor zichzelf bezig. MeStissage is het zesde album van singer-songwriter Theofilo Chantre. Hij heeft sinds zijn debuut de succesvolle formule gevonden waarbij hij zijn gevoelens verwerkt in mooie akoestische werkjes. De bitterzoete accordeon van Jacky Fourniret, de strijkers, en de gitaar van Chantre drijven nostalgisch op de zachte dansritmes. Zo te zien wil hij van deze formule niet meer afwijken. Het is op zich logisch, omdat het bij Chantre past, maar op den duur gaat dit vervelen.
(Juni 2011)
Nguyên Lê - Songs of Freedom
Act Music / Challenge
Uit I Wish van Stevie Wonder is alle groove weggefilterd. De melodie, gezongen door David Linx, is vertrouwd, maar de rest is anders. Het arrangement is complex en eclectisch. De Indiase bhangra en de hoekige jazzgitaar van de Frans-Vietnamese Nguyên Lê geven het lied een extatische vervreemding. Alle nummers op
Songs of Freedom ondergaan een soortgelijke behandeling met weer andere ingrediënten. Het zijn covers van artiesten die iets betekenden in de popcultuur van de jaren zeventig. Liedjes die wereldwijd in het collectieve geheugen zijn opgeslagen en daarom onder wereldmuziek vallen. Het zit ’m al in de titel, die overigens van Bob Marley is. Lê neemt de vrijheid om deze grijsgedraaide hits (waaronder
Redemption Song, Come Together, Mercedes Benz, Whole Lotta Love) te transformeren en een plek te geven in de wereld van morgen. Het door de tijd verbleekte album
Beauty van Ryuichi Sakamoto uit 1989 was ongetwijfeld een voorbeeld. Lê heeft alle tracks gearrangeerd en geproduceerd. Hij refereert, zoals in heel zijn jazzfusionoeuvre, aan zijn Vietnamese roots –
and beyond. De line-up van special guests is net zo bijzonder als zijn keuze voor de liedjes. Een van mijn favoriete nummers is
Ben Zeppelin, gevolgd door Black Dog van Led Zeppelin gezongen door Dhafer Youssef. De esoterische stem met Youssef met de scheurende gitaar van Lê, vibrafoon, afwijkende drums... waanzinnig! Excentriek, exotisch en toch familiair. Alvast mijn nummer één op de top 10-albums van 2011!
(Juni 2011)
The Stance Brothers Introduces a Magnificent New Talent: Jo Stance
Ricky-Tick Records
Er hangt een denkbeeldige muffe lucht aan de 'vergeelde' kartonnen cd van de Finse Jo Stance. De cd is, zoals vinyl, zowel aan de voor- als aan de achterkant zwart. Vintagezwart is ook de kleur van de muziek van deze bleke Finse soulband. Ja, de Finnen surfen ook mee op de grote schuimende retrogolf. En eerlijk gezegd klinkt dit helemaal niet gek. Pittige garagesoul afgewisseld met delicate ballades. Heerlijk! ‘Jo Stance’ is een project van zangeres Johanna Försti en drummer Teppo ‘Teddy Rok’ Mäkynen, de producent achter The Stance Brothers. Mäkynen wordt in Finland gezien als een van de beste jazzdrummers. Op Jo Stance zit hij achter de drums en speelt hij ook gitaar, bas en vibrafoon. Van de band van de broertjes Isiah and Dwayne Stance is niemand meegekomen. De link is het rauwe vintagegeluid. Een plaat met vocalen is toch altijd iets aantrekkelijker, zeker als de zangeres een flexibele, krachtige en warme stem heeft. Het nummer Changes, met een vuig gitaartje van Mäkynen en de soul van Förtsi, wordt in Nederland al bijna grijs gedraaid. Oud is weer nieuw, je wordt met deze cd danig in de war gebracht.
(Mei 2011)
Mor Karbasi - Daughter of the Spring
Le Chant du Monde / Harmonia Mundi
Nog maar net kennis gemaakt met Mor Karbasi uit Israël via zowel de World Sessions als haar debuutalbum The Beauty and the Sea uit 2008, en nu ligt haar tweede album alweer in de schappen. Op Daughter of the Spring staan (mondeling overgeleverde) Sefardische liedjes, afgewisseld met eigen nummers. De jonge ladinozangeres is haar partner, gitarist Joe Taylor, gevolgd naar Engeland, maar tegenwoordig wonen ze in Sevilla om zich te laten inspireren door de flamencotraditie. Het is uiteraard geen specifiek Spaanse plaat geworden. Karbasi en Taylor hebben het instrumentarium zelfs verrijkt met een bansuri (Chinees/Indiase bamboefluit), klarinet, Arabische fluit, percussie en strijkers. Op haar eerste album valt Mor Karbasi op door haar iele stem, die soms alien-achtig en freaky klinkt. Dit album is wat dat betreft een stuk degelijker, maar haar stem is eigenlijk te jong en te licht voor de muziek die wat dramatisch en groots aandoet. De lichte vibrato in haar sopraanstem werkt alleen maar tegen. In een aantal nummers, zoals het fraaie Ay Ke Buena, met alleen percussie en stem, gebruikt ze de versieringen van de flamencozang, maar de expressieve emotie die flamenco eigen is, laat ze weg. Enigszins teleurstellend.
(Mei 2011)
Iness Mezel - Beyond the Trance
Wrasse Records
Bij de eerste noten van dit album krijg je al meteen de neiging om het geluid flink hard te zetten vanwege de opzwepende Noord-Afrikaanse ritmes, een scheurende Toeareg-gitaar en de koele stem(men) van Iness Mezel. In een aantal nummers hoor je ook nog de heldere kora van Seckou Keïta. De rustige nummers, zoals Tahkei’t, met akoestische gitaar en viool, waarin de nadruk ligt op de vocalen, zijn werkelijk wonderschoon. Beyond the Trance is de derde cd van deze Frans-Algerijnse Fatiha Messaoudi, de echte naam van Iness Mezel. Haar debuutalbum
Wedzel is dertien jaar geleden uitgekomen en het album Len zeven jaar geleden. Door haar achtergrond heeft Mezel altijd al de neiging gehad om verschillende elementen door elkaar te mixen. In Parijs en Algerije heeft ze veel soorten muziek tot zich genomen. Ze heeft niet alleen piano gestudeerd, maar ook barokzang en jazzimprovisatie. De kracht van haar nieuwe album ligt in de samenwerking met producent Justin Adams, die gewend is om met dit soort projecten te werken. Mezel, die alle nummers zelf heeft geschreven, ziet dit album als het hoogste bewijs van haar zelfvertrouwen. Ze laat op
Beyond the Trance diverse kanten van zichzelf zien. En het klopt als een bus!
(April 2011)
Ladysmith Black Mambazo - Songs from a Zulu Farm
Proper Records
Gekraai, geloei, geblaat. Op de nieuwste cd van de gerenommeerde Zuid-Afrikaanse a-capellagroep Ladysmith Black Mambazo,
Songs from a Zulu Farm, bevinden we ons in de onschuldige wereld van een traditionele Zuluboerderij. De liedjes representeren idyllische herinneringen uit de kindertijd van de zangers, hun ouders en grootouders. Terug naar de wortels dus. Wel even fijn na het vorig jaar verschenen album
Ladysmith Black Mambazo & Friends, met lokale en internationale sterren. Op
Songs from a Zulu Farm zijn traditionele liedjes bewerkt door Joseph Shabalala en Russel Mthembu. De grappige boerderijgeluiden zijn opvallend. De samenzang en de voorzang van Shabalala zijn onveranderlijk. Om de mensen in het hart te raken, worden harmonieën en ritmes uit de Zuid-Afrikaanse tradities gemengd met de christelijke gospel. Dat doen ze al meer dan veertig jaar. Toch is het geen bejaardenclub, want er zitten vier zonen van de voorzanger in de groep. De jongste, Thamsanqa, zal, als de tijd rijp is, zijn vader opvolgen. De cd is het eerste deel van een trilogie over het leven in Zuid-Afrika dat de groep graag wil tonen.
(April 2011)
Aynur - Rewend
Sony Music
“My soul has become a nomad.” De Koerdisch-Turkse zangeres vertelt je op haar nieuwste album Rewend (Nomad) verhalen uit het nomadenbestaan. In het boekje staan de teksten vertaald in het Turks en Engels. Aynur werd er ooit van beschuldigd propaganda te maken voor de Koerdische verzetstrijders. Tegenwoordig is ze gelukkig vrij om in het Koerdisch te zingen. Zou haar rol in de film Fatih Akin uit 2005 (Crossing the Bridge, the Sound of Istanbul) daar iets toe hebben bijgedragen? Het heeft haar in ieder geval meer bekendheid gegeven. Op het album staan vooral traditionele volksliederen (uit Koerdistan) die modern en kosmopolitisch klinken. Het instrumentarium is breed gesorteerd. Percussie uit verschillende gebieden en andere traditionele instrumenten als de kemenche (vedel) en de duduk (hobo), maar ook harp, drums, contrabas en gitaar. Elk lied heeft zijn eigen sfeer. In
Xewn (Dream) zingt Aynur met een zachte dromerige stem onder begeleiding van de harp. In
Koçerê (Nomadic Girl) worden Arabische vioolklanken mooi gemixt met jazzinstrumenten.
Sin ü Saye heeft een opgejaagde sfeer door de percussie en de gejaagde bilûr (herdersfluit). Op
Dawzere (Yellow Dress) is het dansen geblazen. Het was een tijdje stil rond Aynur, althans hier in Nederland, maar met dit album zou ze zich weer op de kaart kunnen zetten.
(April 2011)
Mercedes Peón - …---…
Fol / LC Music
De vierde en nieuwste cd van Mercedes Peón komt in een blikken doosje. Het laat meteen zien dat we met een innovatieve en creatieve geest te maken hebben. Peóns muziek zit vol dynamiek. Ze is fragmentarisch en geeft bijna een audiovisuele voorstelling. De titel van het album is een morscode, SÓS, een noodsignaal gebruikt op zee. In het Galicische betekent só alleen. Het heeft alles te maken met de boodschap die Peón uitdraagt, die sociaal kritisch is, constructief en positief. Op een geraffineerde manier zet Peón haar ‘klankbeelden’ neer door gebruik te maken van samples met buitengeluiden, elektronica, elektronische doedelzak, percussie en vocalen. De kans is groot dat ze alles tegelijk bespeelt. De productie, composities en arrangementen zijn allemaal in handen van deze powerlady. Op de cd wordt ze zo nu en dan bijgestaan door vijf muzikanten op bas, gitaar, klarinet, accordeon en elektronica. Mercedes Peón zet zich in voor het behoud en de ontwikkeling van traditionele muziek uit Galicië. Op dit album zijn de echo’s van de Galicische muziek zó nauw verweven met de ultramoderne klanken, dat het aanvoelt als toekomstmuziek. Het is een fantastisch album, waarin je steeds weer iets nieuws ontdekt.
(Maart 2011)
Jayanthi Kumaresh - Mysterious Duality, Just Me
Earthsync / LC Music
Dat ‘just me’ in de titel moet letterlijk worden genomen, want dit bijzondere album is een soloproject van Jayanthi Kumaresh. De uit Zuid-India afkomstige Kumaresh is geboren in een traditionele muzikale familie van zeven generaties. Op haar derde jaar begon ze al op de veena te spelen, een snaarinstrument uit het vedische tijdperk (1500 v.Chr.) met een diep, sonoor geluid. In haar 25-jarige carrière is Kumaresh vaak geprezen om haar artistieke gave en haar capaciteiten. Naast haar solo-uitvoeringen speelt ze in diverse jugalbandhis (klassieke muziekuitvoering met een duet van twee solisten) en werkt ze met haar wereldband Indian Spice samen met muzikanten uit andere genres. Als componist maakt ze onder meer werken voor dansproducties. Met dit album slaat Kumaresh een compleet nieuwe weg in. Weg van de traditionele vormen en structuren. Maar wel in de grammatica van de klassieke toonschalen (raga) en ritmepatronen (tala). Ook de manier van spelen klinkt typisch Karnatisch met een drone, ornamentatie, resonantiesnaren en pitchbending. Maar, haar benadering is ánders en nieuw. Laagje voor laagje heeft Kumaresh zeven veena’s opgenomen om tot een symfonisch geheel te komen. Het resultaat is een unieke, harmonieuze en mysterieuze tocht door de krochten van de eeuwenoude veena.
(Maart 2011)
Ivan Lins - Intimate
Wedge View Music / Tone of Voice
Smooth en romantisch zijn de voornaamste stijlkenmerken van Ivan Lins. Deze gerenommeerde bossanova- en mpb-componist, pianist en zanger uit Brazilië heeft een speciale band met ons land. In het verleden heeft hij al eens samengewerkt met Josee Koning en het Metropole Orkest. Zijn cd
Intimate is een Nederlandse productie waar een aantal gastmusici aan hebben meegewerkt. Zo is in
No Tomorrow de hijgstem van Trijntje Oosterhuis te horen; de muziek blijft romantisch, maar verliest haar Braziliaanse hart. De participatie van de Amerikaanse a-capellagroep Take 6 zorgt voor een misplaatst kerstgevoel.
Dandara past zich helemaal aan de Zuid-Afrikaanse a-capellagroep Abaqondisi Brothers aan. Er zijn nog meer speciale gasten aanwezig, zoals de Spaanse zangers Alejandro Sanz en Jorge Drexler, mondharmonicaspeler Antonio Serrano, de Duitse trompettist Till Brönner, vocaliste Laura Fygi en de Amerikaanse jazzzangeres Jane Monheit. Ondanks de prachtige arrangementen en de aandoenlijke kwetsbare stem van Lins wordt uw recensent een beetje wee van dit album.
(Februari 2011)
Stranded Horse - Humbling Tides
Talitres Records / Munich
Als je virtuoos sprankelend koraspel verwacht, ben je bij Stranded Horse aan het verkeerde adres. Deze Franse singer-songwriter uit Bristol die in het echt Yann Tambour heet, is zijn relatie met de kora op zijn eigen manier gaan uitdiepen. Zijn interesse voor deze harpachtige West-Afrikaanse luit werd onder meer gewekt door het meesterlijke spel van Toumani Diabaté. Tambour zat toen nog in de experimentele rockband Encre, maar in zijn soloproject – de eerste cd van (toen nog) Thee, Stranded Horse, Churning Strides – stort Tambour zich helemaal op het instrument. Nadat hij het hectische Parijs heeft verlaten, trekt hij zich terug aan de Normandische kust waar hij oorspronkelijk vandaan komt. Hij bouwt eigenhandig twee kora’s die makkelijk mee op reis kunnen. Zijn Engels- en Franstalige liedjes klinken ingetogen en soms wat traag. Met zijn fluweelzachte stem zingt Tambour op een narratieve manier. De cello en viool dragen op Humbling Tides bij aan de donkere melancholiek. Toch is er ook even een sprankelende kora te horen van gastmuzikant Ballaké Sissoko in het nummer Shields. De voorzichtige patroontjes van Tambour op de kora en zijn minimale melodische zanglijnen worden op den duur wel wat eentonig.
(Februari 2011)
Arlt - La Langue
Munich
Op het eerste gehoor klinken de atypische liedjes of de chansons van het Franse duo Arlt alsof ze nog in de maak zijn. De stem en de gitaar van Sing Sing komen ongegeneerd gammel over en Eloïse Decazes is nog net geen zuchtmeisje. Het geheel is echter aangenaam lichtvoetig, melancholisch, dwaas, ongepolijst en intiem, net alsof je bij ze in de huiskamer zit. De liedjes zijn minimalistisch en repetitief en zetten je soms op het verkeerde been. Bijzonder is de interpretatie van het Middeleeuwse lied
Je Voudrais Être Mariée die Decazes engelachtig zingt op een undergroundgitaartje van Sing Sing. Waar het om draait is het woord. Maar dan is het wel alsof je naar een artfilm kijkt waar je niets van begrijpt maar waarvan later bij flarden de betekenis tot je komt.
La Langue is een leuk debuutalbum van Arlt samen met gitarist Mocke (bekend van Holden) en PJ Grappin (heel sporadisch) op drums.
(Februari 2011)
Rabih Abou-Khalil - Trouble in Jerusalem
Enja / Codaex
De avantgardistische componist en ud-speler Rabih Abou-Khalil ontwerpt de hoezen van zijn cd’s meestal zelf. Het zijn altijd kunstwerkjes op zich, met gouden Arabische letters en versieringen. Op
Trouble in Jerusalem staat echter zijn portret. Het album is dan ook afwijkend in zijn oeuvre. In opdracht van het Duitse televisiekanaal ZDF, Arte en het München Filmmuseum heeft Abou-Khalil symfonische werken gecomponeerd voor de Duitse film
Nathan de Wijze uit 1922, een bewerking van een drama uit 1779 van de Duitse schrijver Gotthold Ephraim Lessing. Het is een parabel over religieuze tolerantie en een pleidooi voor humaniteit. De in Duitsland woonachtige Abou-Khalil is met zijn Libanese achtergrond de aangewezen persoon om dit project uit te voeren. Hij heeft zelf de religieuze tweedracht aan den lijve ondervonden in zijn thuisland. Abou-Khalil heeft werken gecomponeerd voor het Bundesjugendorchester onder leiding van Frank Strobel. Abou-Khalil speelt zelf ook mee en heeft hij zijn trouwe metgezellen Michel Godard op tuba, Jarrod Cagwin op framedrum en geluidstechnicus Walter Quintus erbij betrokken. In de stukken hoor je duidelijk dat hij zijn eigen werk recyclet. Het orkest voert ze op een prachtige en lyrische manier uit, een ware versmelting van Arabische melodieën en westerse harmonieën. De wat meer bombastische passages zijn wat overdreven, maar misschien komen die beter tot z’n recht als je de film erbij ziet.
(Januari 2011)
Majid Bekkas - Makenba
Igloo / AMG
Zanger, componist, arrangeur, ud- en guembrispeler Majid Bekkas staat in Marokko bekend als de ‘magiër der ontmoetingen’. Op zijn nieuwste album
Makenba gaat hij een dialoog aan met de Franse basklarinettist en saxofonist Louis Sclavis, de Argentijnse percussionist Minino Garay en Ali Keïta uit Mali op balofon. De oeroude gnawaklanken van de
guembri (driesnarige basluit) en percussie mengen makkelijk met de bombo (Argentijnse trommel) vooral in de gelijknamige titeltrack
Makenba. Alleen wordt de bombo snel naar de de achtergrond verdrongen door het droge getokkel van de guembri en het stimulerende metalen geklepper van de
querqebats. De scherpe hoge houtklanken van de balofon komen er wel altijd bovenuit. Sclavis, waar Bekkas al vaker mee heeft samengewerkt, geeft er met zijn sax of klarinet een freejazzrandje aan, soms tegen het irritante aan. Liever hoor ik zijn diepdroeve frasen synchroon met de ud. Het ud- en het guembrispel van Bekkas doen denken aan zijn desertbluesperiode, vooral in
Sahara Blues, of in het prachtige Louhid met alleen ud, lichte percussie en bombo, waarop Bekkas een gedicht uit de 17de eeuw zingt. De ontmoetingen op deze cd zijn eigenlijk heel comfortabel: Malinese traditionele muziek en gnawa zijn familieleden. Jazz en zelfs Argentijnse genres als chacarera, zamba en cueca hebben geschiedkundig een link met Afrika. Het zou wellicht spannender zijn als Bekkas een ontmoeting aangaat met muzikanten die echt heel ver af staan van de gnawatraditie.
(Januari 2011)
Danyel Waro - Aou Amwin
Cobalt Records
Danyel Waro, de ambassadeur van de Creoolse cultuur en maloyastijl uit Réunion, het vulkanische eiland vlakbij Mauritius, is onlangs geëerd met een Womex Artist Award. Maloya is ontstaan uit liederen van slaven op de plantages die zich hebben ontwikkeld tot een stijl waarin Afrikaanse, Indiase en Malagassische elementen zijn verwerkt. De muziek was een tijdlang verboden door de Franse autoriteiten. Dankzij de activistische inzet en artisticiteit van Danyel Waro is maloya niet in de vergetelheid geraakt en heeft ze zich verder kunnen ontwikkelen. Waro zal zichzelf eerder beschouwen als een verzetstrijder dan als artiest. Naast instrumenten bouwen en optreden werkt hij gewoon op het land. Zijn gedichten in het Creools zingt Waro met een emotioneel beladen stem. Ze verwoorden sociaal onrecht, racisme, liefde en dood. Op deze dubbel-cd spelen lotgenoten van Waro, de Corsicaanse polyfonische groep A Filetta (A Paghjella di l’Impiccati en l’Invitu) en de Zuid-Afrikaanse rapper Tumi (Mandela), een bijzondere rol. In de polyritmische nummers verrijken de percussionisten de vraag-en-antwoord-structuur met een waaier van stemmen, terwijl Waro een plat, vierkant schudinstrument bespeelt. Aou Amwin is in musicologisch opzicht een belangrijk album, maar vooral is het gewoon steengoed.
(Januari 2011)
Huun Huur Tu - Ancestors Call
World Village / Harmonia Mundi
Dankzij Hanggai en Huun Huur Tu verovert de boventoonzang een plaatsje in de hedendaagse wereldmuziekscene. Vergeleken met de Chinees/Mongoolse rockgroep Hanggai gaat de Tuvaanse groep al heel wat jaren langer mee. Hun eerste cd stamt uit 1993. Ook zij combineren modern/westers met de
igil (vedel) en de doshpuluur (langhalsluit), maar dan anders. Huun Huur Tu is in de loop van hun bestaan interessante samenwerkingen aangegaan met onder meer het Kronos Quartet, Hazmat Modine en geluidswizard Carmen Rizzo. Op het nieuwste album
Ancestors Call laat Huun Huur Tu horen dat traditionele muziek zich ook kan ontwikkelen zonder al te veel traditievreemde elementen. Neem het prachtige
Orphan’s Lament met zang en boventoonzang boven een drone van jeremiërende igils.
Chyraa-Koor doet zelfs denken aan de muziek van minimalistische componisten als Steve Reich.
Odugen Taira, met z’n subtiele elektronische basis, neigt een beetje naar kitsch, dat weer wordt opgeheven door de constante flow van boventonen en een tetterende en kussende trompet (duidelijk beïnvloed door Rizzo). Hoewel het opwindende galopritme niet ontbreekt, zijn de meeste nummers op dit album contemplatief, spiritueel en vooral boeiend.
(December 2010)
Axel Krygier - Pesebre
Crammed Discs / Coast
Iedere track van Axel Krygiers vierde album Pesebre is verrassend en speels. Met allerlei vindingrijke effecten en geluidjes weet de Argentijnse multi-instrumentalist een creatief album te produceren. Krygier draait er z'n hand niet voor om. Al op jonge leeftijd zag hij de lol ervan in om te experimenteren met opnameapparatuur. Op
Pesebre speelt hij keyboards, klarinet, saxofoon, accordeon, bas en elektronica. Manuel Schaller maakte de eindmix en co-produceerde het album. Je hoort van alles voorbijkomen: surfrock in
Esclavo de Olor, cumbia met slideguitar in Cumbieton Rutero, reggae in
Campo de Marte, cumbia-dub en Peruaanse panfluit in Tucumana en klezmer in
La Fiera! Lekkere dansbare en humorvolle muziek, maar toch ook wel melancholisch. Krygiers fascinatie voor dierengeluiden krijgt gestalte in de gelijknamige titeltrack
Pesebre (kribbe) met een tijger, kippen, krekels en geiten. Je hoort iemand ‘sleeping and dying, this is very common’ declareren. De animatie van zijn hand die bij dit nummer hoort, is evenzo kunstzinnig als licht absurdistisch. Het wordt tijd dat we Axel Krygier beter leren kennen!
(December 2010)
Souad Massi - Ô Houria (Oh Liberty)
Wrasse / LC Music
Wat gebeurt er als singer-songwriter Souad Massi in het vervolg alleen nog maar in het Engels of Frans gaat zingen? Dan hoeft het grote internationale publiek alleen nog maar te wennen aan haar Algerijnse naam. De muziek op dit vijfde album doet bij vlagen denken aan die van countrydiva’s als Alison Krauss, maar door de akoestische snaarinstrumenten en rechttoe rechtaan bas en drums krijg je al gauw een landelijke, lichte rocksfeer. Massi’s fluweelzachte stem, zowel comfortabel als raspend en sierlijk door het Arabisch, geeft deze muziek wel weer een aparte twist. Soms kabbelt het allemaal aangenaam voorbij. Het wordt pas echt spannend in
All Remains To Be Done, waar Massi een duet zingt met Francis Cabrel, met de virtuoze, bijna agressieve ud van Mehdi Habbad (Speed Caravan). Hij is ook te horen in het lied
A letter To Si H’Med, een protestbrief aan de voormalige burgemeester van haar dorp in Algerije. Wonend in Frankrijk heeft Massi alle vrijheid om de politieke en sociale realiteit in haar liederen te becommentariëren. Maar ook universele kwesties als milieu en onrecht raken haar. De bonustrack
Let Me Be In Peace laat een heel ander geluid horen door de stem en piano van Paul Weller (bekend van The Jam en The Style Council), die al jaren fan van Massi is. Had er niet per se bij gehoeven.
(November 2010)
Magnus Lindgren - Batucada Jazz
Enja Records
De Zweedse tenorsaxofonist Magnus Lindgren heeft zich laten onderdompelen in de sambascholen van Rio de Janeiro. Voor zijn zevende album componeerde en arrangeerde Lindgren nummers die geïnfecteerd zijn met een vlot batucadaritme. Niet zomaar een extra laagje maar een fusion waarbij afwisselend samba en jazz overheersen. Lindgren werkt met uitstekende muzikanten uit Rio, zoals als Kiko Continentino (piano), Leonardo Amuedo (gitaar), Armando Marcal (percussie, zang) en Pirulito (percussie, zang). In het nummer
Farofa is landgenoot en trombonist Nils Landgren speciale gast. Het eerste nummer,
Alligator, is een lekkere binnenkomer met zang en samba. De instrumentale nummers
Djungledance en Batucada Jazz zijn ook heerlijk licht. Er staan echter ook complexe nummers op met gesoleer op piano, gitaar of tenorsax. Hierin verliest het batucadaritme zijn frivoliteit, maar dit wordt gecompenseerd als Lindgren dwarsfluit speelt. In drie nummers is de batucada helemaal weggelaten.
Rio Shadow is een bossajazz, Dalodrum lijkt eerder geïnspireerd op de Zweeds/Indiase fusiongroep Mynta en
No More Words is gewoon een romantisch jazznummer. Al met al een prima cd die, ondanks de nieuwe benadering, op mij ietwat belegen overkomt.
(Oktober 2010)
Chango Spasiuk - El Chango: The Very Best Of
Nascente / Harmonia Mundi
De Argentijnse accordeonist en componist Chango Spasiuk heeft zeven albums op zijn naam staan en het Engelse label Demon Music Group vond dat het de hoogste tijd was voor een overzicht. Het resultaat is een heerlijke, uitgebalanceerde dubbel-cd met op de ene schijf traditionele stukken en op de andere schijf composities van El Chango zelf. Daarnaast heeft Spasiuk speciaal voor dit album een versie opgenomen van
Kilometro 11, samen met Gabriel Cocomarola, de kleinzoon van de ‘godfather of chamamé’, Tránsito Cocomarola, op de bandoneon van zijn grootvader. Een mooi eerbetoon dus aan de
chamamé, de volksmuziek uit zijn geboortestreek, het land van de gaucho’s. Spasiuk, kind van Oekraïense immigranten, wordt ook wel de beschermengel van de chamamé genoemd. Zijn verdienste is deze volksmuziek uit de klei getrokken te hebben en op de internationale podia te presenteren. Zijn eigen composities en arrangementen kunnen zelfs gerust onder het label van de klassieke muziek geschaard worden. Door de violen, de gitaar en prachtige melodieën overheerst een melancholische toonzetting, vooral in
Solo Para Mi, gezongen door wijlen Mercedes Sosa. Ook op deze schijf staan een aantal nummers die nog niet eerder zijn uitgebracht, zoals
Pynandí met jazzpianist Dario Eskenazi. Dit album is een must voor fans van Argentijnse muziek.
(September 2010)
The Ipanema's - Que Beleza
Far Out Recordings / Rough Trade
Que Beleza is het vijfde album na de officiële comeback van The Ipanemas in 2001. Deze ‘Afro-Brazilian Kings’ uit Rio de Janeiro hebben in 1964 één album uitgebracht dat jaren later ontdekt is door het Britse label Far Out. Het hart van The Ipanemas is percussionist en zanger Wilson das Neves, de enige originele Ipanema. Het album is een eerbetoon aan Dauette de Azevedo, beter bekend als de bossagitarist Neco, die kort voor de opnamen is overleden. Aangeschoven is een jongere generatie muzikanten die feilloos in de stijl van de oude Ipanemas spelen. Heerlijke vintage samba, samba canção (gezongen samba) en bossa’s met een sterke Afrikaanse spirit. De sombere trombone steekt hier altijd zo mooi bij af, zoals in het instrumentale nummer
A Cara Dala, en in Passa o Ponte dat meer jazzgeoriënteerd is. Op dit album is verder de zangeres Áurea Martins te horen. Ook zij komt uit de generatie die in de jaren zestig furore heeft gemaakt. In
Lembranças zingt ze een duet met Das Neves, maar haar stem klinkt niet meer zo soepel in de hogere tonen. In
Festa Indigesta komt haar warme melancholische stem veel beter tot z’n recht. In de nummers
Euê Ô en Eparrei wordt duidelijk verwezen naar de Orisha’s (goden) van de Bahiaanse religie candomblé die nog uit de slaventijd stamt. In het spannende
Eparrei hoor je ook nog de birimbau, het ritmische snaarinstrument dat de vechtsport capoeira begeleidt. Van mij mogen ze op het volgende album meer van dit soort nummers opnemen.
(Augustus 2010)
Far Out Spaced Oddyssey (Volumes 1 & 2)
Far Out Recordings / Rough Trade
Far Out Spaced Oddyssey is zowel op vinyl als op dubbel-cd uitgebracht. Het Britse label Far Out Recordings heeft een merkwaardige compilatie samengesteld van dreamy folk, soft psych, hard experimentalism, sci-fi exotica en trippy electronics. Op zoek naar de meest obscure muziek die Brazilië te bieden heeft, is het label de archieven in gedoken. Het resultaat is een bonte verzameling van rariteiten, verborgen juweeltjes en nooit uitgebracht materiaal. Het leuke is dat je eindelijk eens muziek uit Brazilië hoort die niet aan de verwachting voldoet. Er is alleen geen peil op te trekken. De akoestische folkliedjes
zoals Apocalipse van Jose Mauro en Reza Brava van Piri zetten de toon als eerste tracks. Daarna hoor je de meer sertão (platteland) georiënteerde muziek van
Aleuda. Tudo Bonito van Joyce, Nana en Mauricio heeft een bossaritme. Het wordt verwarrend als de sfeer omslaat door de heftige rock van Binario, jazz van Azymuth en de trippy electronica van Troubleman. Ook de tweede cd is een wirwar van genres. Maar, het moet gezegd, er zitten wel dégelijk diamantjes tussen, zoals het folky
Verdade Anterior van Mauricio Maestro & Nana Vasconcelos en het
zoete Ao Amigo Quartin van jazzsaxofonist Victor Assis Brazil. Het resultaat is, zoals het label zelf aangeeft, bedwelmend, maar soms raak je gewoon een beetje gedesoriënteerd.
(Juli 2010)
Sergio Mendes - Bom Tempo
Concord Records/Universal
Ben je een kenner en liefhebber van Braziliaanse muziek, dan zul je deze opgepimpte bossa’s en MPB-nummers (Música Popular Brasileira) waarschijnlijk verfoeien. Gek genoeg is dit album Braziliaanser dan ooit.
Op Bom Tempo zijn namelijk veel Braziliaanse muzikanten uitgenodigd, onder anderen percussionist, rapper en zanger Carlinhos Brown, sambista en zanger Seu Jorge en de meesterlijke Milton Nascimento. Natuurlijk is Mendes’ echtgenote Gracinha Leporace ook van de partij en hoor je de soepele stem van Amerikaanse jazzzangeres Nayanna Holley in duet met Brown. Mendes, de ongekroonde koning van de recycling, weet tóch weer op ingenieuze wijze bekende liedjes fris en vrolijk te laten klinken, waarbij voortdurend geciteerd wordt uit klassiekers zoals
bijvoorbeeld Mas Que Nada – zucht. Tegelijkertijd klinkt het soms wat ouderwets door zijn jazzarrangementen op de piano en de onverbiddelijke backing vocals. En de dominante beat gaat op een gegeven moment flink vervelen; al in het eerste
nummer, Emorio, word je de dansvloer op gesleurd. Maracatu
Atomico, met Seu Jorge, is een van de meest creatieve en sterke nummers,
en Caxanga, gezongen door Milton Nascimento, is het mooiste liedje; een oase van rust. Voor niet-kenners is dit album een feestelijke introductie tot musica brasileira.
(Juni 2010)
Razia - Zebu Nation
Cumbancha Discovery
Helaas komt er niet zo veel muziek uit Madagaskar deze kant op. De cd Zebu Nation van singer-songwriter Razia Said (1959) is dan ook meer dan welkom. Razia zelf is na vele omzwervingen twee jaar geleden teruggekeerd naar het immense eiland dat voor de oostkust van Afrika ligt en een zeer rijke en multiculturele muziektraditie kent. Ook dit album brengt een bijzondere mix van afro, musette, pop en Aziatisch getokkel. Het begint al goed met Babonao, dat ingeleid wordt door de traditionele valiha (citer), wat een goede imitatie op de gitaar blijkt te zijn. Naast gitaar, percussie, drums en zang horen we ook de accordeon, een zeer populair instrument bij de Malagassiërs. Razia heeft de muzikale rijkdom van haar geboortegrond herontdekt en is geïnspireerd geraakt door de lokale muzikanten om in haar moedertaal te zingen. Alleen in het
nummer Slash and Burn, waarop ook een sitar te horen is, zingt ze in het Engels. Razia heeft namelijk een boodschap. Ze maakt zich – terecht – zorgen over het milieu en de natuurlijke bronnen van Madagaskar. Boodschap of geen boodschap, het is een heerlijke plaat met een aantal potentiële zomerhits,
zoals Salamalama Aby en Mifohaza. Het laatste nummer krijgt zelfs een underground feel door de wahwah op de elektrische gitaar.
(Juni 2010)
Black Dutch & More - FraFra Sound
Xango
Fra Fra Sound is al dertig jaar bezig en steeds slagen ze erin om zowel een typisch Fra Fra-geluid neer te zetten als met iets nieuws te komen. Dat typische geluid is een heerlijke mengvorm van afro, latin en Suri-jazz. Nieuw op Black Dutch & More is het gesproken woord. Voor het eerst is de groep een samenwerking aangegaan met de Amerikaanse percussionist, arrangeur, componist, dichter en performer Ghasem Batamuntu. Het is even wennen, maar de eerste track waar Batamuntu op te horen is,
Guess What, klinkt vertrouwd doordat de muziek sterk doet denken aan die van Manu Dibango. De woorden van Batamuntu snijden actuele en relevante onderwerpen aan zoals integratie en gelijke rechten. Als je opeens de naam van Geert Wilders voorbij hoort komen in
Identity, kun je niet anders dan geboeid blijven luisteren. De instrumentale stukken zijn ook zeer de moeite waard. Zo valt
Magyar Indigo – door het gebruik van een loom ritme, lyrische melodiek en zachte blaaspartijen – op tussen de meer opzwepende ritmes.
(Mei 2010)
Dhafer
Youssef - Abu Nawas Rhapsody “The Wine Ode”
Jazzland Recordings/ Universal
Op zijn nieuwste en vijfde cd heeft de Tunesische zanger,
componist Dhafer Youssef gekozen voor zijn akoestische jazzkwartet zonder enige
inmenging van electronics zoals op zijn vorige cd’s. Youssef’s udspel
en zang worden bijgestaan door de Armeense pianist Tigran Hamasyan, de
Frans/Canadese bassist Chris Jennings en de Amerikaanse drummer Mark Giuliana.
De cd is mede geproduceerd door de eclectische Frans/Vietnamese jazzgitarist
Nguyên Lê, die van invloed zou kunnen zijn geweest op de juiste dosering van
ruimte en spel. Youssef lijkt in het begin van het eerste nummer Sacré The
Wine Ode Suite op een druphad zanger (klassiek Indiaas), omdat hij
zijn frasen zo zorgvuldig opbouwt. Totdat je de haast dierlijke falsettokreet
hoort. De stem gaat vervolgens een dialoog aan met de piano die bijna westers
klassiek klinkt. Op dit album is de zang van Youssef minder prominent aanwezig,
maar die is dan wel zoals altijd van een buitenaardse schoonheid. De
instrumentale gedeelten zijn meer van deze wereld. Vooral de nummers Shatha, dat
zo’n prachtige optimistische melodie heeft dat je er bijna weemoedig van wordt
en Hayastan Dance dat een beetje tegen de latin jazz aanleunt. De laatste
track Profane: The Wine Ode Suite zorgt weer voor de zuivere verstilling.
(April 2010)
Etran
Finatawa – Tarkat Tajje/ Let’s Go!
Riverboat Records/World Music Network
In
de eerste klanken van de derde cd van Etran Finatawa herken je meteen de
hypnotiserende groove en de repetitieve gitaarrifjes uit de Sahara waar we
inmiddels aan gewend zijn geraakt. Net als de eerste twee cd’s (Introducing
Etran Finatawa en Desert
Crossroads) onderscheidt
de groep zich van andere nomadische bluesbands door twee culturen met elkaar te
mixen: de Touareq met hun ichumar, typisch speelsstijl
op de electrische
gitaar en de Wodaabe met hun polyfone zang en kalebassen. Niet alleen op
muzikaal vlak verschillen de stammen van elkaar, ze zijn ook anders gekleed
zoals de foto op de hoes laat zien. De mix is goed gelukt en dat is in bepaalde
opzichten wel jammer omdat de nummers een beetje op elkaar beginnen te lijken.
Vrijwel elk nummer heeft een gitaarrifje als intro en staat in een
driekwartsmaat. Het nummer Daandé, een traditioneel Wodaabe lied met
alleen de hoge solozang, koor, drums (kalebas) en handgeklap, is welkome
afwisseling. De teksten reflecteren het harde leven van de nomaden in de
woestijn. Maar hebben ook een universele boodschap zoals het lied Aitma
(Brother)
van Alhousseini Mohamed Anivolla, waarin alle mannen en vrouwen van
verschillende rassen en nationaliteiten worden opgeroepen om niet de verschillen
te zoeken maar de overeenkomsten te erkennen. (Maart 2010)